Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WA'iVISCH. 58
had, zeer gebrekkig, en bestond die grootendeels in eene me-
nigte ongerijmde fabelen. De walvisch levert daarvan een over-
tuigend bewijs op; want in de boeken van dien tijd leest men
van hem: „hij zwemt, vergezeld van een kleinen viseh, het muisje
genaamd, dat hem, wanneer hij slaapt, tot leidsman dient;
eene soort van walvisch heeft zulke groote armen, dat zij hem
beletten, door de straat van Gibraltar te zwemmen; hij verheft
zich soms boven het boord van de schepen en spuit er zoo veel
water in, dat ze dreigen^ te zinken , of werpt zich er met zijn
zwaar ligchaam op, om ze naar beneden te drukken." Wij be-
hoeven ons echter over dergelijke fabelen niet te verwonderen;
want hoe zou men toen ook eene naanwkeurige kennis van een
dier hebben kunnen bekomen, dat zich slechts in ver verwij-
derde zeeën ophoudt, die men destijds niet durfde bevaren!
De eenige en daarenboven nog zeer zeldzame gelegenheid, om
hem te leeren kennen, werd den menschen aangeboden, wan-
neer een doode walvisch door de bruisende golven naar het strand
werd gespoeld, of wanneer een levende al te digt de kusten na-
derde, daar bij invallende ebbe op eene ondiepe plaats liggen
bleef en, door zijne inspanning om vlot te worden, zich steeds
dieper en dieper in het zand vastwoelde. Maar zelfs dan nog was
de vangst onzeker. Wel verbreidde de tijding daarvan zich spoe-
dig langs de kusten en deed visschers en schippers haastig toeloo-
gen, om het zeemonster met touwen te binden en met allerhande
wapenen te dooden ; maar wanneer hun dit niet voor den terug-
keer des vloeds gelukte, dan was alle arbeid vergeefsch ; de wal-
visch werd weder vlot, verbrak zijne boeijen en zwom ijlings naar
de diepte terug. Maar gesteld ook, zij hadden hem gedood, dan
haastten de meesten zich slechts, om hem zoo veel spek af te snij-
den, als hun mogelijk was, en zelden was er iemand, die, niet
door zucht naar winst, maar door weetgierigheid gedreven, den
walvisch naauwkeurig onderzocht en beschreef.