Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE HOENDERS. 51
Doch bij al zijne trotschheid vergeet bij de pligten jegens
zijne hennetjes niet. Deze, hoewel bestendig in de nabijheid
der menschen verkeerende, zijn schuw, ja schuwer dan de
duiven; want deze kan men gewennen, op de liand van ha-
ren heer te vliegen, om er haar voedsel uitte halen, wat de
hoenders niet ligt zullen ondernemen. Bedreigt de hoenders
eenig gevaar, dadelijk waarschuwt hen de haan door zijn
geschreeuw; vindt hij eenige graankorreltjes, zelden pikt hij
die alleen op, maar roept doorgaans met lokkende stem de
hennen er bij, om zijne vondst met haar te deelen, Naau-
welijks heeft dc zon met hare laatste stralen afscheid van ons
genomen, of de haan ijlt met de zijnen de ladder op naar
het hoenderhok , waar ieder voor zich eene slaapplaats zoekt.
Een zacht vederen bed versmaden zij; op lange houten latten
zetten zij zich digt naast elkander neder. Dikwijls komt er nog
eene hen aan, als eene der latten reeds digt bezet is, en toch
wil zij alleen niet op eene tweede stang hare rustplaats nemen.
Op goed geluk vliegt zij daarom naar de bezette lat, dikwijls
boven op de andere hoenders, van welke nu verscheidene naar
beneden worden gedrongen. Deze doen nu hetzelfde op hunne
beurt; zoo duurt de strijd om het gemeenschappelijk bed onder
een aanhoudend druk gekakel en geschreeuw nog een gerui-
men tijd voort, totdat allen eindelijk, nog digter in elkander
gedrongen, een plaatsje hebben bekomen. Hun slaap duurt ech-
ter niet lang; reeds kort na middernacht worden zij weder wak-
ker. Dan laat de haan het eerst zijn gekraai hooren, en hoe
meer licht de schemering verbreidt, des te vaker herhaalt hij
zijn schellen morgengroet. Zoo wordt hij de morgenwekker van
het gansche huisgezin; want zoodra de landman het hane-
gekraai hoort, verlaat hij zijne legerstede en spoedt zich voor
het verschijnen der eerste zonnestralen naar veld of tuin, om
zijn' arbeid te hervatten.
4*