Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
DE HOENDERS.
maakt hebben, over de tninhegge naar het heem ferugkee-
ren. — Nu zijn alle bijeen en druk aan het oppikken der
korrels, en onder dezen maaltijd kunt gij hunne gedaante
en kleur op uw gemak beschouwen.
Alle hebben een meer hoog, dan breed ligchaam en een
matig langen hals; de eenigzins kromme snavel is van boven
met een rooden vleezigen kam , aan de zijden met roode vleesch-
lobben versierd. De korte vleugels zijn niet zeer geschikt tot
vliegen; zelden ook gebruiken zij ze daartoe. Willen zij van
plaats veranderen, dan bedienen zij zich liever van hunne krach-
tige, vierteenige pooten, welker vlugge beweging zij somwijlen,
zoo als gij zoo even hebt kunnen opmerken, door een ijverig
roeijen met de vleugels bevorderen. Zoo gelijkvormig hunne ge-
daante is, zoo onderscheiden is de kleur en teekening hunner
vederen. Hier staat eene witte hen; naast deze eene glanzig
zwarte; daar eene van dezelfde kleur, maar om den hals met
een gouden vederring versierd; ginds eene gele met zwarte
stippen; daar eene geheel bont geteekende; hier eene, wier
pooten tot aan de teenen met vederen zijn bekleed; daar naast
eene met eene sierlijke kuif; ginds eene met omgekeerde vede-
ren; dan^weder eene andere, die in 't geheel geen staart heeft.
Doch boven alle valt ons hier de haan in 't oog, en er
is slechts één; want de hoenders behooren tot die weinige
vogelen, welke niet bij paren leven; één haan is de beschermer
en gebieder van eene groote schare. Zijn ligchaamsbouw is
forscher en kloeker; zijn kam veel grooter, rooder en steiler;
zijne oogen vol vuur; zijn staart lang, regtopstaand en daarbij
sierlijk gebogen; zijne vederen glinsteren met den schoonsten
metaalglans. Hij schijnt echter zijne voortreffelijkheid en waar-
digheid ook zeer wel te gevoelen ; want zie eens , hoe trotsch
hij de borst opsteekt, hoe deftig eu fier hij daar heen stapt,
en met hoe veel majesteit hij neerziet op zijne onderdanen!