Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
I)E HOENDERS.
49
tjjd de muren der stad nog niet met h^t vrije uitngt der
landelijke woning verwisseld heeft, zich in 't geheel geen denk-
beeld kan maken. De treurige stille van den winter, slechts
afgebroken door den eentoonigen slag des dorschvlegels, is
met de sneeuw verdwenen en heeft voor een bont natuurle-
ven plaats moeten maken. Hier springen jonge geilen vrolijk
blatende in het rond; daar loopen kleine biggen, die in de
jeugd zoo zindelijke en aardige diertjes, dartel spelend om de
oude knorrende zeug,— nu eens in eenen wedloop van het
eene tot het andere einde des heems voortrennende, dan we-
der, als zoele kinderen, hunne moeder met afgemeten stap op
de wandeling vergezellende. Op het stroo nevens de mestvaalt
ligt een bont geteekend kalije, dat nog altijd voortkaauwt, of-
schoon het reeds lang zijn' maaltijd heeft gehouden, en dat
van tijd lot tijd zijn verlangen naar de op de weide toevende
moeder door blaten te kennen geefu Daar eindelijk keert eene
jonge ganzenfamilie onder de bescherming der ouden snate-
rende van het veld terug. Deze anders zoo vreesachtige die-
ren hebben nu , door de liefde voor hunne jongen gedreven,
zoo veel moed, dat zij iederen werkelijken of vermeenden vijand
onder aanhoudend sissen onverschrokken te gemoct gaan en
zich zelfs tegen den aanval der menschen dapper verdedigen.
Maar, mögt ook al het een of ander van deze huisdieren
ontbreken, zeker vindt gij hier over het heem en in den tuin
de lievelingen der altijd bezige huismoeder, de hoenders, ver-
spreid, Doch zie, daar treedt zij zelve, met een welvoorzien
korfje in de hand, de deur uit, en terwijl zij voeder uitstrooit,
noodigt zij met een langgerekt geluid de hoenders tot den
maaltijd. Oogenblikkelijk komen alle, ouden en jongen, uil
hof en stal aansnellen; zij telt ze, en daar er nog eenige ont-
breken , herhaalt zij haar geroep met eene luidere stem, waarop
ook de laatste achterblijvers, die eene grootere uitvluat ge-
Brcgsma , Sr.hcfêfn. 4de druk. ^