Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
48 DE LEECWRIK.
nu de koele nacht, zoo dekt gij uwe kindertjes warmpjes
toe met uw vederen kleed. Maar ook in dezen tijd, als gij
zoo vele zorgen hebt, verliest gij uw' zanglust niet. Gij doet
niet zoo als de nachtegaal, die verstomt, zoodra hij het nest
gebouwd en zijn wijfje de eijeren gelegd heeft. Alleen in
den herfst worden uwe liederen zeldzamer. Gij moet u dan
vennjderen tan het land, waar uwe kinderen het eerste le-
venslicht zagen, waar de zomer onder lust en vreugde is
voorbij gegaan. De velden worden dan zoo ledig en koud;
hoe zoudt gij nu nog in de lucht kunnen juichen? Treurig
zit gij nu op het veld ; cn eerst wanneer de zon is onder-
gegaan, en de donkere schaduwen des nachts de eens zoo
zonnige velden bedekken, dan spreidt gij uwe vleugelen uit,
doch niet om naar den hoogen blaauwen hemel op te stij-
gen, maar om naar het warme zuiden te trekken. Maar
hoe somber en stom is thans uwe koene vlagt; zorgen bezwa-
ren uw gemoed. Het is u niet mogelijk, u bij dag van de va-
derlandsche velden te verwijderen. Maar gij hebt uwe vrienden
beloofd terug te komen. Xog eer het bijtje gonzend rondvliegt
en den honig uit de bloemkelkjes zuigt, zult gij weder hier
zijn. !Maar ach! thans spannen de menschen verraderlijke
netten uit, om u te vangen. Grijpen zij a, dan is het gedaan
met uw ieveo. Vei^cefs wachten nu de vrienden op uwe terug-
komst. Uw dood ligchaam wordt dan naar de markt ten verkoop
gebragt.— Het bevalt mij in het geheel niet, dat men uw on-
schuldig leven zoo weinig verschoont. O, pas op, ontvlied de
netten, opdat gij nog zeer dikwijls weer bij ons kunt komen!
ȣ HOEVDEHS.
Het heem van een welvarend landman beeft in het voor-
jaar eene bekooriijkheid, waarvan de stedeling, die om flezen