Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE LEEUWRIK.
47
ten toon spreiden. Gij daarentegen, in uw grijzen kiel,
zoekt met een nederig harte in het lage gras des velds uwe
woning, en wanneer gij u in de hoogte verheft, dan wilt gij
den vlijtigen landman bij zijn' arbeid door uw gezang ver-
heugen of den reizenden voetganger het hart tot eerbied stem-
men; maar weldra daalt gij ook weder bescheiden naar de
aarde. V\v vrolijk hart is op de verre reize niet trotsch ge-
worden. Gij ziet niet met minachting neer op de teruggeble-
vene vrienden, die hun vaderland niet verlaten kunnen. Daarom
verheugen zich ook allen, als gij terugkomt, en zien u steeds
reikhalzend te gcmoet.— Allen zijn stom, wanneer gij hen
verlaten hebt; allen heffen hunne liederen aan, zoodra ze u
weder hooren.
Gij zijt te regter tijd gekomen, niet te vroeg en niet te
laat. Maar hoe kondet gij in Egypte weten, dat hier het
sneeuwklokje de sneeuw heeft afgeschud, dat het wormpje uit
het ei is ontwaakt, en de muggen weer haren dans in de
avondzon houden? Wie heeft u verzekerd, dat in den zomer
onze aren op den halm ook voor u een korreltje zullen overla-
ten ? Gij vliegt zingend op en ziet naar den hemel, alsof ge
mij zeggen wildet: „Hij, die mij hier heen gevoerd heeft,
zal ook wel in mijn onderhoud voorzien. Aller oogen wach-
ten op Hem, Hij geeft hun hunne spijze te zijner tijd. Hij
doet zijne hand open en verzadigt al, water leeft, naar zijn
welbehagen.*'
Onbekommerd en welgemoed begint gij uw nest te bou-
wen , en verheugt u reeds bij voorbaat over den tijd, dat
uwe naakte jongen hunne gele snaveltjes uit het zachte
vederen bed vol verlangen naar u uitsteken en door vrolijk
gekweel hunne vreugde te kennen geven, wanneer zij u,
met voedsel beladen, hooren terugkomen. — Hoe veel malen
op een' dag vliegt gij wel heen en weder? — En komt