Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
DE KIKVORSCH. 4-5
te klimmen, in het water heeft gelegd; slechts weinige vliegen
zijn voldoende, om hem, voor verscheidene dagen van voedsel
te voorzien. Is er echter regen in aantogt, dan geeft hij ons
zulks door zijne onrustige beweging en zijn gekwak te kennen.
»K liKKUWRlIl.
Hoor! welk zanger stemt daar reeds een morgenlied aan?
Ha! het is de lentebode, de lieve leeuwrik. Thans zie ik
u voor 't eerst. Wees hartelijk welkom, gij vogel met uw
graauw reisgewaad! Gij hebt zeker het heimwee gehad en
verheugt u nu over uwe gelukkige terugkomst. Ik weet
wel, waar gij geweest zijt. In Egypte waart ge, vele hon-
derde uren ver van hier. Gij zijt over berg en dal, over
zee en rivieren, bij dag en bij nacht weder naar ons heen-
gereisd. Maar zeg mij eens, hoe hebt gij zonder wegwijzer
of kompas den weg kunnen vinden? Ik moet waarlijk uwen
moed bewonderen, dat niets u terug deed deinzen, dat niets
u kon bewegen, om achter te blijven. Kondet gij mij nu
maar wat vertellen van het land Jozefs, van de torenhoogo
piramiden en van de puinhoopen der honderdpoortige stad
Thebe! Doch het heeft u zeker niet bevallen in den vreemde.
Gij zijt een groot liefhebber van het gezang, ja, het zingen
is uw lust. In Afrika zult ge echter zelden een' vogel heb-
ben hooren zingen. Statelijk zitten ze daar in de kruinen
van hooge palmen en wiegen zich in de heldere zonnestra-
len, zoodat hunne bonte vederen als edelgesteenten fonkelen,
terwijl ze den voorbij spoedenden wandelaar met eene toor-
nige stem naschreeuwen, dat hij toch opzie en de schitte-
rende pracht bewondere, die ze daar boven op hunnen zetel