Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
DE KIKVORSCH. 4-5
In plaats van hem uit onze tuinen te verjagen of hem
leed te doen, moeten wij hem veeleer voor een gedienstigen
gast houden; want zonder de planten te beschadigen, ver-
delgt hij de tuinslakken, die de gezworen vijanden van onze
bloemen en moeskruiden zijn. Maar dit voedsel vinden de
slakken slechts in den zomer, en daarom begraven zij zich
des winters in het slijk en slapen daar, tot het voorjaar.
De kikvorschen dienen weer andere dieren tot voedsel,
en, zeiven op de jagt zijnde, worden zij dikwijls eene prooi
van de ooijevaars en andere moerasvogels. Ja, in sommige
streken worden zij zelfs door de menschen gegeten, voorna-
melijk in zuidelijk Duitschland, Frankrijk en Italië. Te dien
einde vangt men ze des nachts bij fakkellicht met netten en
angels, snijdt ze met groote scharen dwars door, stroopt hun
de huid af, rijgt de schenkels, die gebraden voor lekkerbeetjes
worden gehouden, op stokjes, en brengt ze zoo ten verkoop
naar de markten.
De zoo even vermelde wijze, om kikvorschen te dooden,
voert nog het snelst tot het doel. Bij ons is de levenstaaiheid
der kat tot een spreekwoord geworden; maar zij kan daarin
op verre na niet met den kikvorsch gelijk gesteld worden. Men
kan dezen de luchtpijp doorsnijden, het hart uitrukken, ja
zelfs den kop afsnijden, en nog blijft hij verscheidene uren
leven.
Bij ons komen drie soorten van kikvorschen voor: de wa-
terkikvorsch, de landkikvorsch cn de boomkikvorsch. De wa-
terkikvorscJi wordt ongeveer acht Nederlandsche duimen lang,
met de achterpooten dertien tot achttien duimen, is op den
rug groen gekleurd met donkere vlekken en drie gele stre-
pen, en aan den buik geel wit met donkere vlekken. Hij,
voornamelijk, maakt 's avonds en nachts dat ons zoo.
welbekende, verschrikkelijke alarm; doch wordt ook het