Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE KIKVORSCir. 41
u met (leze schepselen, die ons in zulk eene menigte omringen,
wat nader bekend te maken, 'tis waar, de kikvorsch bekoort
ons oog niet door prachtige kleuren; hij streelt ons oor niet
door een liefelijk gezang; maar desniettemin kan ook hij
in zijn ontstaan en zijne leefwijze, even goed als andere
dieren, ons eene voortreffelijke getuigenis geven van de wijs-
heid des Scheppers en van de oneindige verscheidenheid zijner
werken. Daarom wil ik nu iets van hem vertellen.
De kikvorschen maken met de schildpadden, krokodillen,
slangen en hagedissen eene afzonderlijke klasse van dieren uit,
die wij, met een vreemd woord, amphibiën noemen, 't welk
beteekent: dieren, die zoo wel in het water als op het land
kunnen leven. Van sommige der zoo even genoemde dieren
zijn de kikvorschen daardoor onderscheiden, dat zij niet met
een beenachtig omkleedsel, met schilden of schubben, maar,
zoo als de padden en salamanders, met eene naakte, slijmach-
tige huid bedekt zijn. Daarom noemt men deze laatsten ge-
zamenlijk naakte, de eersten daarentegen bedekte amphibiën (*).
De kikvorsch is een zeer vlug zwemmer. Zonder daarin
van iemand onderrigt te hebben ontvangen, voert hij snel
en vlug al die kunstige bewegingen uit, welke wij hem bij
het zwemmen met zoo veel moeite en inspanning trachten
na te doen. Maar zijn geheele ligchaamsbouw is daartoe ook
veel geschikter dan de onze. Zijn vlak, bijna vierkant lig-
chaam wordt door vier sterke pooten gedragen, van welke
leder voorste vier, ieder achterste vijf teenen heeft. De
achterste pooten, welke de voorste ver in lengte overtreffen,
hebben tusschen de lange teenen eene verbindingshuid, zwem-
vlies genaamd, en strekken hem daardoor tot voortreffelijke
(*) Volgens eene andere verdeeling worden dc, amphibiën in
gaande en kruipende onderscheiden.