Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
de honigbij. 39
ningin, en dit is noodig, wijl de koninginnen zich zeiven
niet kunnen schuijeren, daar zij de borsteltjes aan de pootén
missen.
Nadert de winter, zoo begeeft ons arbeidzaam volkje zich
ter ruste. De bijen sluiten zich (lau op in den korf, als
in eene gevangenis. Is het weder niet al te koud, dan heb-
ben zij hier eene warmte, welke met die van eene matig
gestookte kamer overeenkomt. Klopt gij nu in dezen tijd aan
haren kerker, om te vernemen, of er in den aanstaanden
zomer ook weder honigreizen ondernomen zullen worden,
zoo galmt u een lang en vrolijk gegons te gemoet. Is ech-
ter de winter zeer streng, zoo liggen onze gevangenen, ver-
stijfd als schijndooden, de eene aan de andere geketend, in
hare woning. Zusterlijk heeft ieder de beentjes links en regts
om die van hare buurvrouwen gestrengeld, alsof ze elkander
ook in den dood niet konden verlaten. Ontwaken ze niet
weder uit die verstijving, zoo roert en beweegt zich ook
geene enkele, gij moogt kloppen, zoo veel gij wilt. Maar
slechts zelden maakt de winter hare gevangenis tot haar graf.
Gewoonlijk kunnen alle om Paschen het opstandingsfeest vie-
ren; want als de zon met hare warme stralen weder aan de
stammen der boomen en struiken klopt, en hun toeroept,
dat het tijd is, om te ontwaken en de lente met bloemen en
bloesems te tooijen, dan kan ook niets onze bijtjes in haren
korf terug houden. Vrolijk vliegen ze weer naar buiten,
mögt ook de wintervoorraad niet geheel en al zijn opgeteerd-
Gaarne laten zij dezen, met al het was, aan de menschen
over en zijn vrolijk, dat zij weder aan het bouwen kunnen
gaan; want het bouwen is haar lust (*). Maar hoe menig
(*) Eene goede bijenkorf levert jaarlijks 1 Ned. pond was en 12%
pond honig op, waarvan de bijenhouder twee derde voor zich neemt.