Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE HONIGBIJ.
37
liaflige werkbijen, als geoefende kampvechters, hare lansen
behendig tusschen die schilden in te steken en de ingewanden
des ligchaams eene doodelijke wonde toe te brengen. Hoe de
hommels zich ook mogen keeren of wenden , binnen weinige
dagen is er niet één meer in leven, wijl hun het wapen
tot zelfverdediging ontbreekt. Lijkstalie volgt nu op lijk-
statie, en bij honderden worden de dooden buiten de stad
gedragen. Ja , de moordzucht gaat soms zoo ver, dat zelfs
de kinderen der hommels geen genade vinden. Popjes en
maden worden dan uit de wiegjes gesleurd en ter dood ge-
bragt. Dezen burgeroorlog noemt men de hommelslagting.
De in de wieg zoo zorgvuldig verpleegde prinsessen be-
hoeven toch niet bezorgd voor haar leven te zijn? Dit zou
men meenen; en toch verkeert haar leven bestendig in gevaar.
Gelijk de oude Spartanen diegenen van hunne kinderen dood-
den, welke zwak of gebrekkig ter wereld kwamen, zoo bren-
gen ook de krijgszuchtige werkbijen al die prinsesjes, welke
aan vleugels of andere leden eenig gebrek hebben, zonder
erbarming om het leven. Ja, ook het leven der slank op-
gewassen prinsessen zweeft in gedurig gevaar, zoodra zij lot
koninginnen opgegroeid zijn en eijeren kunnen leggen. Daar
namelijk eene enkele koningin van Maart tot aan den herfst
60 tot 70 duizend eijeren legt, zoo kan, bij meer dan ééne
koningin, de residentie ligt zoo bevolkt worden, dat er geen
plaats genoeg tot woning is, en dat in den winter door deze
overbevolking hongersnood zou ontstaan. Vreezen zij daarvoor,
dan laten zij een dof, eentoonig gebrom door de straten der
stad weergalmen, even alsof de alarmklok wierd getrokken. Nu
verzamelen zij zich in digte drommen; de arbeid wordt ge-
staakt, de nacht wakend en met zamen te rotten doorgebragt.
De morgen breekt wel aan; maar geen der bijen laat zich
buiten dc stad zien. De lucht wordt in de enge straten, die