Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
DE HONIGBIJ.
heim ontdekt is, voegen zich weldra andere roevers bij do
vorige. i\[aar de schildivachten hebben reeds onraad bemerkt
en de lans tot den aanval geveld. Zonder eerst naar den
pas te vragen , gaat het nu dadelijk op een steken. Zeer
heet wordt de strijd, vooral wanneer de roovers versterking
bekomen. Pardon wordt niet gegeven, aan beide zijden is
de leus: overwinnen of sterven! Zoo staan de bijensteden
altijd op oorlogsvoet tegen elkander, gelijk eertijds de steden
van Italië, in de dagen van Eoinulus. De bijen gebruiken
echter de wapens niet alleen tegen hare vijanden, maar ook
om alle jaren aan een deel harer medeburgers een bloedig
vonnis te voltrekken. Dit geschiedt in den nazomer, als de
bloemen beginnen te ontbreken. Dan vallen ze op de weer-
looze hommels aan. Deze hebben den ganschen zomer geen
deel aiui den arbeid en het verzamelen van den honig ge-
nomen. Vlogen zij nu en dan ook al eens uit, hun dik,
log ligchaam keerde toch nooit met stuifmeel beladen terug.
Hunne achterpooten ontbreekt het korfje, en hun ligchaam
het digte haar. Ook hunne tong is te kort, om honig, die
voor wintervoorraad zal dienen, te kunnen opslurpen. Ge-
duldig hebben de werkbijen zich dit tot nu toe laten wel-
gevallen, ja, eenige harer cellen stonden zelfs als armenhui-
zen voor de hommels open. -Thans evenwel worden zij voor
haar eigen leven bezorgd, en nu kennen zij geen ander mid-
del voor haar zelfbehoud, dan een aantal van die overtollige
medeëters te verdelgen. Woedend vallen zij op de luije hom-
mels aan, soms drie op een, bijten hun de vleugels stuk en
jagen hen uit den korf, waarop deze dan ellendig moeten
omkomen. Maar dikwijls gaat het nog veel erger, en maken
zij van hare doodelijke wapens gebruik, en hoewel het lijf der
hommels, even als dat der andere bijen, met hoornachtige
schilden, gelijk een harnas, is bedekt, zoo weten de krijgs-