Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE HONIGBIJ.
33
dan legt ze er oogenblikkelijk een wit ei in. Zij kan in een
paar maanden 12000 eijeren leggen en is de moeder van de
gezamenlijke bijen, dewijl de werkbijen, evenmin als de hom-
mels, eijeren kunnen leggen. Na twee of drie dagen komt
uit het ei eene made. Daar deze niet, als de rupsen der ka-
pellen, zelve haar voedsel zoekt, maar rustig in haar wiegje
blijft liggen, zoo bekomen de werkbijen bij al haar anderen
arbeid thans nog weer wat nieuws te doen. Moesten ze voor-
heen bouwstoffen aanhalen, nu moeten ze bovendien nog voor
minnen spelen en kin<lermeisjes-diensten doen. De koningin
namelijk bekreunt zich in H geheel niet om hare kinderen,
maar laat de zorg voor hen aan de werkbijen over. En deze
trekken zich dan ook die kleintjes trouwhartig aan ; zij brengen
hun, zonder dat ze er om behoeven te schreeuwen, het
voedsel in kleine honigdroppels, en daarbij der jonge prin-
sessen wel het rijkelijkst. Na verloop van acht dagen, even
alsof ze het in den almanak hadden nageteld, sluiten zij
iedere kinderkamer met eene deur van was; want nu houdt
het voederen op. De made is namelijk volwassen en heeft
nu geen voedsel meer noodig. Terwijl de werkbijen nog
aan de deur der cel timmeren, begint zij reeds haren eer-
sten arbeid, namelijk een wit zijden kleed. Dit spint zij uit
fijne draden en draait daarbij haar kopje, waaruit deze dra-
den komen, bestendig in een* cirkel rond. In dit kleed ge-
huld, voor aller blikken verborgen, is zij een popje geworden.
Ongeveer veertien' dagen later doorbreekt zij haar poppe-
huidje, verscheurt haar zijden kleed, knaagt de deur weg,
steekt eerst den kop nieuwsgierig naar buiten, dan de voor-
pooten, en komt eindelijk als een jong bijtje, met twee
groote en twee kleine vleugels voorzien, uit het wiegje te
voorschijn. Vrolijk omringen de ouden de nieuwe aankome-
ling, liefkozen en likken haar, en deze voelt zich spoedig onder
Bhugsma. Schetsen. 4(lc dnik. 3