Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
DE HONIGBIJ. 30
een metselaarstroffel, aan het geheel de vereiachte gedaante.
Alle bouwen naar hetzelfde model: de eene bij zoo goed als de
andere kan zeszijdige kamertjes bouwen. Eerst, zoo als natuur-
• lijk is, leggen zij een zeszijdig fondament, en weldra ziet men
daarop muurtjes verrijzen, die al gaande weg hooger worden,
totdat zij de vereischte grootte hebben Ijereikt. Daarbij wordt
de eene zijde precies zoo groot als de andere, en ieder hoek
bekomt de juiste maat van 120 graden, zoo naauwkeurig alsof
passer en winkelhaak niet uit de hand waren geweest. En toch
gebruiken zij het een noch het ander; want het meten verstaan
zij in den grond,— zoo goed alsof in hare stad eene academie
ware, en ieder van haar daar in de meetkunst had gestu-
deerd.— In weinig (ijds hebben zij eene plaats met vele hon-
derde kamers bebouwd. Zij gunnen zich evenwel ook maar
weinig uren rust en zijn reeds weer aan het werk, als de mensch
nog te bed ligt, om nieuwe krachten voor zijn dagelijkschen ar-
beid te verzamelen. Zijn ze bezig met bouwen, zoo ziet men ze
loopen en draven, alsof alles in de grootste verwarring ware.
Terwijl eenigen naar buiten vliegen, om in de bloesems om te
snuffelen, komen anderen zwaar beladen terug, zetten zich op
de bouwplaats neder en gonzen en brommen, onder een gedu-
rig op en neer slaan harer vleugels. Op dit teeken komt er
dadelijk een troep andere bijen aan, die het bloemstof uit de
korfjes bijten en haastig naar binnen slikken. Andere zitten
reeds rustig was te zweeten, doch laten zich het toch geduldig
welgevallen, dat haar dit door dezulken wordt afgenomen, die
voor 't oogenblik niets anders te doen hebben. Terwijl eenige
hier nieuwe fondamenten leggen, bouwen andere daar half-
klare cellen verder op of polijsten de wanden der pas voltooide
kamers, tevens in allerijl de vooruitstekende waspuntjes afbij-
tende, om deze weder op eene andere plaats als bouwtegeltjes
te gebruiken. Naauwelijks heeft de eene bij een celletje veria-