Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BERKENBOOM. 24
stadje is niet, zoo als liier en daar bij ons, met twee rijen
populieren gezoomd, maar aan weerszijden met berkenboomen
beplant. Is de vrouw in de stad aangekomen , en heeft zij
het paard zijn tuig, dat met berkenbast gelooid is, afgenomen,
zoo stelt zij hare goederen op de markt in een kraampje ten
toon'en kan nu verzekerd zijn, dat haTe toiletdoosjes en naai-
kistjes de opmerkzaamheid der koopers tot zich zullen trekken,
dewijl het gepolijste berkenhout gespikkeld en met fraaije figu-
ren versierd is. Te huis tellen de kinderen de dagen en uren
tot moeders terugkomst. Het eene verheugt zich vooruit in 't
bezit van den gelen halsdqek, het andere van de roodbruine
handschoenen , die moeder beloofd heeft meê te brengen. Den
wollen doek heeft de verwer met een aftreksel van berkenbla-
deren en aluin geel geverwd, en de handschoenen kregen hunne
kleur van berkenbast en aluin. Wordt er iemand van de fa-
milie door de jicht of kramp aangetast, zoo doet men in het
voorjaar verzamelde berkenknoppen in heet water, en bereidt
zoo den zieke een bad, 't welk zijne pijnen verligt en hem ge-
woonlijk genezing aanbrengt. Heeft de ziekte den dood ten
gevolge, zoo plant men een' berk op het graf van den gelief-
den bloedverwant. In smart verzonken, zitten nu de achter-
geblevenen jaarlijks op zijn' sterfdag onder de neerhangende
takken des booms, wiens bladeren boven de hoofden der treu-
renden ruischen, alsof zij hun eenig narigt uit het graf des
geliefden wilden toefluisteren. Kent gij een'boom, die, gelijk
de berk, getuige is van zoo veel vreugde en leed der men-
schen?
In de bosschen zoekt ook het dier hem op. Het ree en
het elanddier leggen zich neder in zijne schaduw, wan-
neer zij hun middagslaapje willen houden. Het fraaije
berkhoen bouwt zijn nest onder het beschuttende dak zij-
ner twijgen, die dezen schuwen vogel, het geheele jaar