Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BERKENBOOM. 22
dronken, kan het zelfs tot geneesmiddel dienen; en is een
der feestgenooten daardoor genezen, zoo verzuimt hij niet,
de heelkracht des booms te verheffen, terwijl een ander den
aangenamen geur roemt, dien de uit zijne bloesems bereide
balsem door de geheele feestzaal verspreidt.
In landen, die ver naar het noorden liggen, b. v. in noor-
delijk Eusland, is de berk bijkans de eenige woudboom,
die loof draagt. Mogen de wateren hier ook al zes maan-
den achtereen met eene harde ijskorst bedekt zijn, het ei-
genlijke vaderland van dezen maagdelijken boom moet men
toch in deze streken zoeken; want in meer dan eene soort
vormt hij hier de uitgestrekste wouden. Winter en zomer
overlaadt hij er de volken met zijne weldaden. Daarom be-
geeft zich ook jong en oud in het bekoorlijke berkenwoud,
zoodra het zich weder met jeugdig groen heeft getooid; want
onder zijne takken zal dan het lentefeest worden gevierd.
Overal tusschen de boomen wemelt het dan van vrolijke
menschen. Hier wordt gedanst en daar geschommeld; hier
gezongen en daar gegeten. Eerst tegen den avond keert
men, met berkentwijgen versierd, naar de eenvoudige hou-
ten huizen terug, wier daken niet met pannen, maar met
berkenbast zijn gedekt. In de lage kamers van deze huizen
staat eene groote, vierkante kagchel, rondom welke eene
bank loopt, waarop de grootvader en de grootmoeder des
winters zitten, om hunne van ouderdom bevende leden aan
de met berkenhout gestookte kagchel te verwarmen. Wan-
neer dan het kleinzoontje begint te schreijen, staat het ge-
bukte grootmoedertje op, om aan het wiegetouw te trekken,
dat van de zoldering der kamer naar beneden hangt en eene
uit berkenrijs gevlochten wieg in beweging brengt. Het
boveneind van het touw is om de punt van een jongen ber-
kenstam geslagen, die in eene horizontale rigting aan de