Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BERKENBOOM.
21
kruin; dun en buigzaam zijn de neerhangende takken, bruin
van kleur en met witte harsklieren bezet, dag en nacht in
rustelooze beweging. De bladeren zijn driehoekig , aan de
randen fijn getand en glad aan beide vlakten, niet door-
knaagd van rupsen of kevers, die zij door bunne bitterheid
weten af te weren. Zoo staat de boom daar in het woud,
schoon en sierlijk als eene jonge maagd.
Van den wortel tot de kruin is er niets aan den boom,
wat niet op velerlei wijze gebruikt kan worden; ja, de
mensch heeft hem zelfs tot deelgenoot van zijne vreugde
en droefheid gekozen. Het is waar, de krijgslieden hebben
hem de eere niet aangedaan, zijne twijgen als zegeteekens
op hunne hoofden te dragen, maar op Pinksteren, als de
lente haren triomftogt over den winter houdt, dan versiert
in sommige landen de -huiselijke maagd de kamers met de
meijen des booms, na alvorens de vensters met asch van
berkenhout geboend en het huis met bezems van berkenrijs
schoon geveegd te hebben. En wanneer nu des middags in
de versierde kamer, der lente ter eere, een vrolijke maaltijd
zal worden gehouden, dan kan de berkenboom ook een'wijn
op de tafel leveren, die in de gevulde glazen als champagne
schuimt en parelt, wanneer de gasten met elkander klinken.
Ook zal de keukenmeid hun somtijds spijzen voorzetten, die
met suiker van den berkenboom zoet zijn gemaakt. Zoo wel
den wijn als de suiker schenkt ons de boom in zijne sap-
pen, en nog voor de komst der lente, opdat beiden niet op
het feestmaal zouden ontbreken.
Boort men ten tijde, als de grillige winter ons nog door
de nachtvorsten zoekt te benadeelen, een twee duim diep
gat in den stam des booms en steekt daarin een pijpje, djn
vloeit het sap in een daaronder geplaatsten pot, en laat zich
in wijn en suiker bevattende siroop veranderen. Versch ge-