Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20 DE BERKENBOOM.
Eeeds lang is dit geslacht uit de wouden verdwenen;
maar nog heden, even als toen, verheffen de krachtige ei-
ken hunne kruinen fier in de hoogte. Het is, alsof men
eene verzameling van eerwaardige mannen voor zich ziet,
die het begin eener eeuw reeds zesmaal begroet hebben,
zonder hun hoofd onder den last des ouderdoms te buigen.
Doch daar ginds staan andere booraen, wier geheele lig-
chaam bestendig in beweging is. Als jonge maagden zijn
ze in de hoogte geschoten, van onderen tot boven in het
wit gekleed. Is het niet, alsof het gansche woud in bewe-
ging en voornemens is, een feestelijken optogt te houden?
De een zwaait naar voren, een ander wiegelt achterwaarts.
Hier steken twee hunne hoofden te zamen, en weldra voegt
een derde zich er bij. Daar draait een zijn hoofd in het
rond, van den eenen nabuur tot den änderten, en komt dan
weder bij den eersten terug, alsof hij vergelen had hem
nog iets te zeggen. Overal wordt gefluisterd en gelispeld;
het is eveneens, alsof er in 't geheim over iets geraadpleegd'
moest worden. — Dat is niet meer het manhaftige eiken-
woud; neen, dat is het jeugdige, door wind bewogene ber-
kenwoud. Slank is hier de gestalte van iederen boom. De
takken verheffen zich niet koen in de lucht, maar hangen
lijdzaam naar beneden. Door den wind bewogen, fladderen
de buigzame twijgen heen en weder, als de golvende wim-
pels van scheepsmasten, en zijn bekleed met duizende bla-
deren , die, als betooverde vlinders, alle bewegingen der
twijgen volgen.
De donkere schaduw is hier lichter geworden, en waar
de boom eenzaam staat, ziet hij zijne gedaante op het witte
zand geteekend. Net gerond, en zonder uitwas of scheuren
is zijn jonge stam; vrij van mos de gladde, glanzend witte
bast. Ligt en luchtig is de in talrijke twijgjes uitloopende