Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
»K BERIIKIVBOO]!».
Hoe aangenaam is toch eene wandeling bij helderen he-
mel en een weinig wind in een eiken- en berkenwoud ! De
gouden zon, die, voor ik het bosch intrad, de weiden aan
mijne voeten bestraalde, werpt nu haar schijnsel op de hooge
kruinen der boomen en verbergt zich voor mijne oogen. Eene
koele, donkere schaduw omgeeft mij aan allo zijden, en bo-
ven mijn hoofd ruischt het overal en zonder ophouden in de
ligt beweegbare bladeren. Maar zonder beweging en vast staan
de eikenstammen gezellig naast elkander. Ieder heeft zijne for-
sche takken wijd uitgespreid, maar ook deze geweldige armen
roeren zich niet en nemen geen deel aan het mischende spel
hunner fladderende bladeren. Menige eeuw moet de wind reeds
in dezen godentempel onzer voorvaderen gemischt hebben;
want langzaam is de groei der eiken; vele, zeer vele jaren
hebben ze noodig, voor zij eene aanzienlijke hoogte bereiken.
In overouden tijd zaten de waarzeggende vrouwen van
onze voorouders in het heilige donker van zulk een eiken-
woud en luisterden naar het profetisch gelispel der bladeren,
om der wachtende menigte den wil der Goden te verkondi-
gen. Hier verborg men ook de gewijde vanen, die met eer-
bied voor den dag werden gehaald, wanneer zij de dappere
mannen in den bloedigen strijd zouden voeren. Een krans
van eikenloof kroonde het hoofd van den held, die als over-
winnaar huiswaarts keerde. En wanneer onze krachtige va-
deren over oorlog en vrede beraadslaagden, zoo verzamelden
zij zich niet tusschen de vier muren van een eng huis, maar
kwamen in de onafzienbare zuilenzaal van een eikenwoud bij-
een, waar een forsche slag op het groote schild, dat ieder
bij zich droeg, het ja en antwoord gaf op het voorstel des
aanvoerders.
2*