Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
17 DE ZAADKORREL.

palmboom spruit voort uit de kern, die in de dunne aard-
laag wortel heeft geschoten; langzamerhand neemt hij in
grootte toe, brengt vruchten voort, die weder nieuwe boomen
doen ontkiemen, totdat eindelijk het geheele eiland met een
palrawoud is versierd. En wanneer nu, na vele jaren, de
volwassen kleinzoon van onzen koopman in de nabijheid van
dit eiland komt, en de storm zijn schip daar verbrijzelt, zoo-
dat hij niets redt dan het naakte ligchaam, waarmee hij zwem-
mend het strand bereikt, dan beschut het palmbosch van die
kokosnoot hem tegen de brandende zonnestralen, en dan voedt
het hem met zijne vruchten, totdat een reddend schip hem
opneemt en bij zijne treurende kinderen terugbrengt. Lang
heeft zijn grootvader de dobberende noot met welgevallen na-
getuurd, doch zeker niet vermoed, dat deze zich spoedde, om
zijnen kleinzoon daar ginder te zijner tijd het leven te red-
den. Zoo vliegt ook de vogel hoog boven uw hoofd heen,
en gij weet niet, welke weg hem is voorgeschreven. In zijne
maag heeft hij de onverteerbare zaden van lekkere beziën op-
genomen , en doordien hij deze korrels op eene nog onbebouwde
plek der aarde weder van zich geeft, wordt hij de eerste tuin-
man van een zich verre verspreidenden vruchtdragenden struik,
waaraan de vermoeide reiziger zich laaft en verkwikt.
Nu moet gij ook nog vernemen, hoe angstig de bloesem
bezorgd is, dat er bij het ontstaan van de zaadkorrel niets
over het hoofd wordt gezien. Kondom den hollen stempel
van den bloesem staan in enge kringen een kleiner of groo-
ter getal kleine draadjes, die boven aan hunne spits een
zakje dragen, waarin het zaadstuifmeel zit. Nu komt het er
voornamelijk op aan, dat de wind dit stuifmeel niet weg-
waait, en dat de vochtigheid die stuifmeelkorreltjes niet te
vroeg doet openbarsten; want komt het niet ongeschonden
in den stempel, zoo blijft de plant ook zonder zaad. Is de
Bruosma, 4(le druk.
Hwi. Schoolmuseym
Amsterdam