Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14 DE ZAADKORREL.
hulsel of de peul, maar deed haar ook het voedsel toevloei-
jen, 't welk de aarde den stengel, en deze weder de peul dage-
lijks toevoerde. De boon zoog nu door de streng zoo lang
voedsel op, totdat zij hare bleeke kleur verloren had, tot ont-
kiemen rijp was en het hulsel niet meer behoefde. Toen
maakte de streng zich los van den zuigenden mond, het hul-
sel opende zijne beide vleugeldeuren en gaf de boon hare
vrijheid. Met moederlijke zorgvuldigheid heeft het ieder togtje
afgeweerd en het haar toevertrouwde kind zoo lang beschermd,
tot het zijne bescherming niet meer noodig had.
Kan de boon tot aan hare rijpheid de bescherming van het
hulsel niet ontberen , evenmin kan een der overige zaadkor-
rels, zoo lang ze nog niet rijp zijn, naakt en bloot liggen;
want werden ze beschadigd , zoo zouden er geene planten uit
kunnen voortkomen. Beschouw maar eens den appel. Zijne
pitten liggen midden in zijn binnenste verborgen; ze zijn
omkleed met eene schaal, het klokhuis, en het sappige
vruchtvleesch. Ieder korreltje heeft een afzonderlijk kamertje,
«n er zijn vijf; dus heeft het klokhuis ook vijf kamertjes.
Het vleezig bekleedsel is eetbaar, en de kinderen houden er
veel van; maar het is niet eerder welsmakend, voordat ieder
korreltje, dat er in zit, zijne rijpheid heeft verkregen, en
■wanneer een ongeduldig kind zoo lang niet wachten wil, zoo
wreekt zich de appel en maakt hem ziek.— Bij de kersen en
pruimen zijn de enkele zaadpitten eveneens met vruchtvleesch
omkleed; doch van binnen zijn ze ter harer bescherming van
eene steenharde schaal voorzien, die moeijelijk in stukken is te
breken. De kastanje heeft zich zelfs met spitse doornen ge-
wapend, die de Ijand des vijands naar alle zijden dreigend
<ifweren. Hoe bleek en ziekelijk zien hare kinderen er
ook uit, wanneer gij ze, voor ze rijp zijn, in weerwil
van hunne waarschuwende stekels, uit hun hulsel neemt;