Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
DE ZAADKORREL.
Het zou zijn, alsof aan beide de moedermelk ontnomen
wierd, waarvan zij niet een enkel dropje te veel hebben;
want even als de zon, maan en sterren op de groote wereld-
schaal afgewogen zijn, zoo is ook aan ieder ei en ieder zaad-
korrel met een juisten maatstaf alles, wat zij noodig hebben,
toegemeten. Heeft de vogel zich met het eiwit gesterkt, zoo
doorbreekt hij de harde schaal met zijn' snavel en vliegt vrij
en blij naar boven in de lucht; het kiempje komt ook wel
te zijner tijd uit de schaal te voorschijn, doch kan niet met
den vogel de lucht doorklieven, maar moet stil op zijne ge-
boorteplek blijven. Het bestaat namelijk uit twee deelen, het
worteltje en het pluimpje. Het pluimpje zou zoo gaarne met
den vogel in de hoogte stijgen, en verheft daarom ook spoe-
dig zijn kopje uit de donkere aarde, even als een vogel uit
zijn nest; maar hoe meer moeite het doet, om in de hoogte
te komen, en hoe koener het zich boven de aarde verheft,
des te meer spant ook het worteltje, dat het eerst te voor-
schijn is gekomen, zich in, om al dieper en dieper in de
aarde te dringen. Steekt het eerste eindelijk zijne armen, even
alsof het hulp wil zoeken, rondom zich in de lucht uit, ook
het worteltje grijpt met zijne armen links en regts in de aarde,
om zich steeds vaster en vaster te klemmen. Hoe groot en
sterk het pluimpje, dat welhaast in steng verandert, ook
worden moge, het helpt hem niets, hij moet leven en ster-
ven op de plaats, waar hij geboren is; want als met honderd
touwen is hij er aan vastgehecht. De vogel kan nu hier,
dan daar zijn' maaltijd houden; ons plantje moet altijd op
dezelfde plaats zijn voedsel gebruiken, en kan zich geene
^enkele schrede verwijderen, om elders zijn eten te zoeken.—
Leg het zaadkorreltje in de aarde, zooals gij wilt, altijd
weet het worteltje zijn' weg naar beneden te vinden, en
wordt het daarin gehinderd, zoo buigt en kromt het zich