Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
UEÏ KWIKZILVER. 11
bloemen de warmte te geven, die zij voor haren groei en
bloei noodig hebben.
Zie, zoo wordt een vergif in de hand van een* verstandig
mensch zijn trouwe en gehoor/,ame dienaar. Nu begrijpt
gij ook wel, waarom de mensch in de duistere diepten der
aarde nederdaalt en daar in het zweet zijns aanschijns dag
en nacht arbeidt, om dezen dienstbaren geest uit Äijn'schuil-
hoek aan het daglicht te brengen.
DK KAjtDIlORIlKIi.
Wanneer gij in de Paaschdagen uw bont ei opeet, zoo
merkt gij zeker, dat het uit drie deelen bestaat, uit de schaal,
het eiwit en den dojer. Doch niet alleen ieder ei, maar ook
ieder van de bonte boonen, welke uwe moeder u in de
winteravonden als speelgoed geeft, bestaat uit drie deelen.
Zoo gij ze voorzigtig in stukken breekt en ze naauwkeurig
beziet, zult gij schaal, zaadlobben en kiempje er duidelijk
in kunnen onderscheiden.— Blijft het ei in het nest liggen,
zoo ontstaat uit zijn* dojer door de warmte der broedende moe-
der een jonge vogel; en wanneer de zaadkorrel in de aarde
wordt gelegd , zoo doet de warme zonnestraal met het vocht
der aarde uit het kiempje eene jonge plant te voorschijn
komen. Beide hebben in de schaal, die ze als een eng slui-
tend kleed omhult en beschermt, reeds voedsel tot zich ge-
nomen, voor zij het daglicht aanschouwden; de vogel verteerde
toen het weeke eiwit, en het kiempje trok zijn voedsel uit
de melige zaadlobben. Indien gij het eiwit uit het ei naamt,
zou de vogel sterven, voor hij uit den dop kwam; en wan-
neer gij het kiempje van zijne zaadlobben beroofdet, zoo als
het wormpje soms doet, zou bet eveneens te gronde gaan.