Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
HET KWIKZILVER.
om hulp roepen. Voor het nat worden behoefdet gij evenwel
geene vrees te hebben, ook niet voor het zinken; want in de-
zen vijver van vloeibaar metaal zoudt gij u zonder moeite kun-
nen boven houden, ook zonder bet zwemmen geleerd te heb-
ben. Zoo gij uw leven lief hebt, zondt gij echter zorg moeten
dragen, geen dropje in te slikken; want ieder dropje is vergif.
Zet gij een' pot met kwikzilver op het vuur, zoo
zal het in dampen opstijgen, even als water in een' ketel
of pot op het vuur ook als damp naar boven gaat. Wan-
neer gij echter een koud deksel op den pot met water legt,
opdat er geen stof in zou vallen, zoo veranderen de water-
dampen aan het deksel weder in waterdroppels, wat gij ze-
ker reeds dikwijls gezien hebt. Eveneens worden de kwikzil-
verdampen ook weder droppels, wanneer men ze verkoelen laat.
Het kwikzilver maakt niet nat en kan daarom niet tot
wasschen gebruikt worden; evenwel bewijst het ons toch eene
menigte andere diensten. Zoo als reeds gezegd is, wordt
het zilver er in opgelost; dit schijnt zijn goede vriend te
wezen, dien hij gaarne opzoekt.
Het zilver is namelijk een edel melaal en vertoont zich,
even als alle edele zaken, niet dadelijk in het openbaar; maar
verbergt zich in onaanzienlijke steenen of vermengt zich met
andere stoffen, b. v. met koper en zwavel. De mijnwerker
kent deze steenen evenwel zeer goed, en laat zich door hun
uiterlijk aanzien niet misleiden. Hij slaat ze in stukken, roos-
tert ze en jaagt daardoor de zwavel weg, die bang is voor
het vuur, als voor een* vijand, en wegijlt, zoodra zij warm
wordt. Indien nu de mijnwerker uit de overgeblevene stuk-
jes het zilver met de vingers wilde uithalen, zoo zou hij er
te vergeefs naar zoeken; want het zilver zit in zulke kleine
deeltjes in den kopersteen, dat het onzigtbaar is. Neen, hij
verbrijzelt die steentjes tot meel, doet dit ertsmeel in een