Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
6 HET IJZER.
eene geweldig lange tang weder uit den gloed, leide ons
op een aambeeld, en liet iu de maat eenen hamer op ons
nedervallen, die zoo zwaar was, dat de takken van de rol
van een bruisend waterrad hem opheffen moesten. Daarbij
hield de man ons allen met de tang vast, en ofschoon wij
opzwollen en ons uitrekten, hield hij toch nu eens de eene,
dan weder de andere van onze vier zijden onder den zwa-
ren hamer, wiens geweldige slagen de vonken naar alle
kanten deden heen spatten. Eindelijk moesten wij nog
eene verschrikkelijke marteling ondergaan. Ofschoon wij
reeds zoo veel geslagen waren, moesten wij nog tusschen
twee waterpas boven elkander liggende rollen doorgaan,
die ons zoo geweldig drukten, dat wij eene dunne plaat
werden. Deze sneed men in smalle, korte strepen, en maakte
daaruit eene menigte holle cilinders, zoo groot, dat zij het
bovenste lid van eenen vinger konden bedekken. Ook ik
werd tot zulk eenen cilinder gevormd, verheugde mij niet
weinig over mijne gedaante, die nu toch op iets geleek, en
meende nu zeker aan het doel mijner bestemming gekomen
te zijn. Maar ik had mij zeer vergist; want er werd nog
een gewelfd deksel op mij gesoldeerd en, zoo als gij ziet,
is zoowel het solderen van het deksel, als het soldéren
van den cilinder zoo kunstig gedaan, dat het schijnt, alsof
ik uit één stuk gemaakt beu. Een met ijzeren punten be-
zet rad voorzag mij ten laatste nog van oogen, en zoo was
ik dan eindelijk na een langdurig lijden een nuttige vin-
gerhoed geworden. Uwe moeder kocht mij, zoo als gij
weet, op uwen verjaardag. Ik verheug mij, zoo dikwijls
ik aan uwen vinger zit en met u arbeiden kan, inzonder-
heid wanneer gij voor arme kinderen hemden naait of uwe
ouders in 't geheim eene kleine vreugde wilt bereiden."
Hierop zweeg de vingerhoed, en toen Emma's moeder