Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HKT IJZEii. 5
beteekende nog niets bij hetgeen mij nu wedervoer. Men bragt
ons namelijk in een* molen, waarin zware, met ijzer beslagene
stampers ons zoo onbarmhartig beukten, dat wij geheel en al
verbrijseld werden. Uit dezen kwelmolen bragt een man ons
naar een' oven, die er als een hooge, ronde toren uitzag. In
vierkante bakken werden wij naar zijne bovenste opening ge-
heschen. Gele en blaauwe vlammen sloegen hier dag en nacht
onverpoosd uiL de cirkelronde opening naar boven, en verlicht-
ten als vuurkolommen op grooten afstand den donkeren nacht.
Verscheidene ladingen waren reeds uit den molen in dien
schrikkelijken vuurpoel gebragt; want hij was bijna tot boven
toe vol. Ook wij werden er zonder medelijden in geworpen,
nadat men er vöoraf nog een bak vol kolen in leeg ge-
schud had. De hitte was zoo geweldig, dat wij smolten en
vloeibaar werden als water. Een sterke wind blies namelijk
door twee openingen met geweld in den oven, en hitste den
gloed der kolen, waarmede de oven, behalve met ons, nog ge-
vuld was, onophoudelijk op ons aan. De oven zou misschien
zelf gesmolten zijn, indien hij van ijzer en niet van vuurvasten
zandsteen ware geweest. Vele onreine stoffen, die ons uit ons
vroeger verblijf in de onderwereld nog aankleefden, scheidden
zich hier als schuim van ons af, en wij werden hier dus gerei-
nigd en gelouterd, zoodat ik de menschen dank, die mij in
dezen smeltoven bragten. Toen wij hem van boven tot bene-
den doorgegaan Avaren, werd hij geopend, en snel als het
water liep ik nu naar buiten, vuurrood door de hitte, even
als mijne kameraden, die mij volgden. Voor de deur des ovens
stolden wij in sporen, die men in het zand had gemaakt, en
zoo zagen wij ons plotseling veranderd in ijzeren stangen. Als
zoodanig zijn wij nog in het vuur van onderscheidene smede-
rijen geweest, doch smolten niet weder; want wanneer ons het
vuur gloeijend 'rood had gebraden, haalde een man ons met