Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
96 HET PAAKD.
aan de beurt, om het water op te halen; maar de knecht
kwam niet; ik bleef stil op mijne plaats en nuttigde mijn
sober voedsel, dat slechts uit hooi en haksel bestond, wijl
de menschen misschien dachten, dat ik met mijne stompe
tanden den haver niet meer kon kaauwen. Zoo verliepen een
paar dagen, gedurende welke ik mij niet weinig over mijne
rust verheugde en meende, dat men mij nu eindelijk eens het
genadebrood zou schenken. — Maar ik had misgerekend; want
weldra op een* morgen kwam miju heer met een mij onbekend,
zeer armoedig gekleed man in den stal. Aan dezen verkocht
hij mij voor slechts weinige guldens, mij, wien hij in mijne
jeugd niet dan voor eene handvol goudstukken magtig had kun-
nen worden! Thans ben ik reeds eenige jaren bij mijnen nieuwen
meester, en ofschoon ik arme stumper, naauwelijks mij zelven
voortslepen kan, moet ik toch alle dagen eene zware zand-
kar naar de stad trekken en aldaar de straten doorstrompe-
len, om het zand te koop aan te bieden. Ach! hoe blij ben
ik, als de kar leeg is en ik huiswaarts kan keeren, of-
schoon mij daar slechts een schrale kost ten deel valt.
Gebeurt het echter, dat mijn meester niet veel verkoopt, dan
moet ik den last weder naar het dorp slepen en daarbij dan
nog de wreede uitwerksels van zijn knorrigen luim ondervin-
den. Lang kan dit ellendig leven niet meer duren; ik voel
het, spoedig zal de dood mij van mijn lang lijden verlossen."
Zie, zoo zou het paard spreken, als het dit kon, en waar-
lijk niet tot eer, maar tot schande van den redelijken mensch,
die, als heer der aarde, de schepsels wel tot zijn nut en
voordeel gebruiken, maar ze nimmer misbruiken of te veel
van hen vergen mag, en wien door den Schepper van hemel
en aarde ook barmhartigheid jegens het vee is voorgeschreven.