Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
102 HET PAAKD.
trekken later de zwaar beladen oogstwagens naar de schuren;
bovendien trekken zij ons in ligte en zwaardere rijtuigen
naar de plaats onzer bestemming, wanneer wij voor ons beroep
of voor ons vermaak reizen. In streken, waar geene spoorwe-
gen, rivieren of kanalen worden gevonden, zijn ook zij het
beste middel, om koopwaren te vervoeren. In sommige landen
ziet men de paarden daarom ook zeer groote vrachtwagens
trekken. Op de vier breede, sterke, roet zorg bewerkte wielen
rust een ontzettende last, welks verschillende deelen met
eene bewonderenswaardige naauwkeurigheid zamengepakt zijn
en zeer vast en juist in elkander sluiten. Zulk een wagen wordt
door twee of vier , of als hij eene buitengewoon zware vracht
heeft, door zes paarden getrokken. Zoo lang men op een vlak-
ken weg is, zijn hunne krachten voldoende, om den wagen te
trekken; maar wanneer men bij eenen berg of ook slechts bij
eenen heuvel komt, is het dikwijls noodzakelijk, om er nog
eenige paarden bij voor te spannen. Niet zelden wil de voer-
man de daarvoor gevorderde kosten uitwinnen, en dan moeten
zijne paarden alleen den last naar boven trekken, wat hun
somwijlen ook, doch niet dan na onbarmhartig met knuppels
geslagen te zijn en na eene geweldige inspanning hunner krach-
ten, gelukt. Maar de man bedenkt dan niet, hoe zeer hij
zich door eene wreede handelwijze bezondigt jegens God, ja
niet eens, welke groote schade hij zich zeiven door deze ontij-
dige spaarzaamheid berokkent. — Moeten de trekpaarden dik-
wijls zwaren arbeid verrigten, opmerkelijk is het, dat zij wei-
nig rust behoeven tot herstelling hunner krachten; de wei-
nige daarvoor bestemde uren brengen zij meestal staande door;
zelden leggen zij zich neer, om te slapen; vele paarden doen
dit gedurende hun geheele leven niet een enkel maal.
De paarden hebben ook hunne gebreken, en daarover
behoeven wij ons in 't geheel niet te verwonderen, daar