Boekgegevens
Titel: Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Auteur: Hiecke, Robert Heinrich; Brugsma, Berend
Uitgave: Te Groningen: bij J.B. Wolters, 1861
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4599
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202691
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schetsen uit het natuurleven: een leesboek voor scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET PAAKD.
91
door eenen jockey, een jong en ligt pikeur, bereden. Deze
moeten, opdat de een boven den ander geen voordeel liebbe ,
allen even zwaar ziju, en worden daarom voor den aanvang
des wedrens gewogen. Hun, die te ligt zijn , wordt lood in de
zakken gestoken. Op het eerste teeken der trompet worden do
paarden op eene rij achter een gespannen touw geschaard ; op
het tweede valt het touw en het rennen begint. Door het ge-
schreeuw der volksmenigte nevens de baan en door de sporen
der jockeys aangevuurd, reppen de paarden zich , wat ze kun-
nen ; hun buik raakt schier den grond, een wit schuim staat
op hunnen bek, het zweet dringt hen uit alle deelen des lig-
chaams, ja zelfs bloed vloeit uit de wonden, die de sporen
huu toegebragt hebben. Ruiters en paarden, in eene digte stof-
wolk gehuld, zijn slechts zigtbaar voor dc naastbijstaanden.
De baan, die de paarden moeten doorloopen, bedraagt ge-
woonlijk vier Engelsche mijlen (*) of ruim 7300 Nederl. ellen ,
en wordt meest in acht tot tien minuten afgelegd. Zoodra
dé paarden aan het einde der baan zijn gekomen, worden
de jockeys op nieuw gewogen, om te onderzoeken, of zij
ook iets van het hun in de zakkeu gestoken gewigt hebben
weggeworpen. Op éénen namiddag hebben er onderschei-
dene wedloopen plaats; en tusschen twee derzelve wordt
telkens een uur rusttijd gegeven, waarin de stalknechten
de paarden zorgvuldig van zweet en stof reinigen en hun
de pooten wrijven. Somtijds neemt een paard aan drie
wedloopen deel en behaalt telkenmale de overwinning. ^
De arbeid der rijpaarden is de gemakkelijkste. Moeije-
lijker, doch ook nuttiger is die der trekpaarden. Deze
brengen den mest op het bouwland, beploegen den akkeren
(*) Drie Engelsche mijlen zijn één uur gaans; vier mijlen ziju
(.lus ruim vijf kwartier uur.