Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
Ziet ze er een' op krukken loopen,
Of gebogen naar den grond ;
Ziel ze er een\ wat scheel van oogen,
Ziet ze er een', wat scheef van mond;
Is er iemand blind of kreupel;
Is er iemand doof of stom,
Wat gebrek het ook moog' wezen.
Altoos, altoos lacht ze er om.
Zeg, nu moet ik u eens vragen:
Is die KEE geen stoute meid?
Ja, ik weet, uw hartje spreekt het,
Schoon uw mondje 'tmij niet zeil.
O! bedenk het sleeds, mijn lieve,
In den Hemel leeft een God,
Die het nimmer kan gedoogen,
Dat men met gebreken spot.
DE OVERHEID.
i
Die regeren
Moet men eeren-,
Maar verachten al die liên,
Die niel letten
Op de Avetten,
En geen Overheid ontzien.