Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
SS
't Eerste proefje, 't eersie proefje,
't Heeft alleen, all en de schuld,
Dal de wereld nii inel dronkaards
Overal is opgevuld!
-►tJH«-
OUDERLIEFDE.
Vader heefl mij , o zoo lief.
Moeder mini mij leer,
'k Ben hun beider harledief.
Min ik hen wel weer?
Ja, 0 ja!... maar veel Ie min,
'k Ben zoo dikwijls sloul.
God! geef mij een beef ren zin;
Zie, hoe 't mij berouwt.
-HtU^
VERDRAAGZAAMHEID.
Die anderen om hun Godsdienst haal,
Kan nooit, hoe vroom hij dikwijls praal,
Een ware vriend van jezüs wezen;
De Heer heeft nooil een mensch veracht,
Alleen omdat hij anders dachl,
En 't staat ook in zijn Woord te lezen.
Dat hij alleen is jezüs vrind.
Die andVen graag verdraagt cn mint.
-