Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
Wat was die kkes een lieve jongen!
Het gaat hein zeker allijd goed;
Want God aanschouwt en God beloont het.
Wanneer ineu goed aan armen doet.
♦Hi»
DE GOEDHARTIGE, MAAR ONVERSTANDIGE
STEVEN.
»Ach, vader! geef dien man een' cent!"
Zoo sprak de kleine steven;
»Ik wou miju heele bolerham
»Dien armen man wel geven,
»Dien man, die daar, in slecht gewaad,
»Zoo beedlen loopt langs huis en straat."
»Wel, steven!" sprak zijn vader toen,
»liet is in u te prijzen,
»Dat gij zoo graag en ongevraagd
»Een weldaad wilt bewijzen;
»Maar zulk een luiaard van een rent
»Krijgt nooit van mij een' enklen cent.
»Ik werk getrouw den heelen dag,
»Om aan den kost Ie blijven,
• En zou ik dan zno'n luijen man
»Nog iti zijn luiheid stijven*
»Neen, kind! hij is gezond en sterk,
»Hij doe zijn best ais ik, cn werk'!"
3*