Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
S9
HET KIND UIT DE KOLONIE VAIt
WELDADIGHEID.
'k Ben zoonljo van een' kolonist;
Ik ben er een van zeven;
Maar 'k wenschle wel, (lal ieder Hwwl,
Hoe heerlijk wij hier leven:
O Vader is zoo in zijn schik.
Hij zinjl haast ieder oojenbhk:
»Ik heb een huisje naar mijn' zin,
»Een schuurlje daarbeneven;
»Ik woon er met mijn vrouwlief in,
»En met een kind of zeven.
»Wal leefl men blij en ongestoord
»In Willems- en m Fredriksoord!
»'kHad vroeger 'szomers even brood,
»En als 't begon te vriezen,
• Dan zal ik in den diepslen nood
»Mij bijna dood Ie kniezen!
«Nu lach ik om dc winters wat,
»Ofschoon ik twintig kindVen bad/'
En komt mijn moeder nok daarbij,
Dan is zij vaak bewogen.
Dan zegl zij vergenoegd cn blij,
Mei tranen in hare oogen:
»'klloop, kind'ren! dal gij nooit vergeet,
»Wat weldaad God hier aan ons deed.
—-izi^—