Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Kakel! drnk loch aan nw broeder,
II(»or loch naar uws Vaders raad,
Luisler naar hel woord van Moeder,
Wacht u zelfs voor 't eersie kwaad!
»Die den eenen voel verplaalsl,
Zet zoo li'ïl er d' anderen naasi/'
Ik, ik kan er mee van spreken,
Hoe men hniftzaam slechter wordt.
En al verder afjeweken ,
Eindiijk in 't verderf zich slorl.
Eenmaal was ik braaf als gij,
Vader, Moeder minden mij;
Eerst hel) ik een cent genomen ;
Toen een stuiver: dal ginj goed:
't Kwaad is loch niet uitgekomen,
Dacht ik, en dil gaf mij moed
Om <»p in de ingeslagen baan.
Steeds al verder voort Ie gaan.
'k Stal in hoven , van de boomen,
Appels, peeren, pruinjen weg;
Hoorde ik somtijds iemand komen,
'k School dan achter boom of heg;
Maar ach mij! 'k bedacht het niet,
Dal toch God ons altijd ziel.
'k Werd hoe langs hoe meer begeerlijk,
En zoo als hel meestal gaat,
Werd ik daarbij meer oneerlijk,
En gewoon aan 'l schand'lijkst kwaad.
Tot ik in een* winkel sloop.
En dien rin^f slal cn dien knoop.