Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
BRIEF VAN DORIS
AAN ZIJN BROERTJE KAREL.
{Geschreven uit de geraugem's).
BrotTljHicf! ik wW u schrijven,
Hoe cilrndig 't mei mij is;
'k Zil, helaas! om wanljcdiijven
Hier in ccn gevangenis,
'k Ben door dienders opgel»ragl,
Zoo iels had ik nooil gcdaihl.
'k Heb een' gonden ring geslolcn
En een zilveren knoop daarhij,
Maar geen kwaad hlijfl ooil verholen,
'En vooral geen dieverij;
Is 'l niel aaklig, hroeilje-lirf!
Dal ik Zilien nuiel als dief?
Ach! hier hinnen dikke muren
Gaat <ïe lijd zoo treurig om.
En hoe lang zal 'l nog wel duren,
Eer ik weer bij moeder kom!
'k Schrei bijna den ganschen dag
Om mijn schandelijk wangedrag,
's Narhls is me, óf de slaap benomen,
Of ik word elk oogenhlik
Van benaauwde, nare dro imen
Plols'iing wakker met een schrik.
Snikkend lig ik dan alwéér.
Op mijn aalvlig slroobed, ueér.