Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Dat hij nojT niet goed kan lezen,
En dal zoo een grot)le man
Haast geen leller schrijven kan!
Wat men vroeg niel Iieeft geleerd,
Doet men h»ler meesl verkeerd.
Knaapje of meisje! leer loch vlijiig;
Want hel is zoo hiller spijMg,
Als ge u naderhand verwijl,
Dat ge een domme weetniet zijl.
V
HET VLIJTIGE KIND.
Luiheid maakt de kindrrn dom;
'k Leer met lust en vlijt;
Nimmer keert een uur weérum,
Is men 'leenmaal kwijt.
'k Speel ook wel en doe het graag;
Kind'ren voegl hel spel.
Maar vraag telkens hij 't vermaak:
»Denkt ge om 'lleeren wel?**
Die niet leert weel nergens van;
Daarom rorp ik hlij:
»Uurljes, dal ik Iceren kan,
»Welkom zijl gij miji
ir