Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
IS
Vader had hun wcl bevolen,
Kind ren! houdl u op de baan,
«Anders moogl gij nooit weêr rijden;
)> 'k Mag niet lijden ,
»Dat gij elders heen zoudt gaan.
Maar zie, grietje had een poosje
Met haar broèrlje pas gerecn,
Of te iaslig werd hun 'l woelen
En krioelen
Van de rijders om hen heen.
Nu verlieten zij hel baantje,
Reden elders op en néér,
En, gij kunt hel reeds vermoeden
En hcvroeilpn ;
Ach! ze kwamen nimmer weer.
*
't IJs brak onder hunne voelen,
Waar 't nog onlangs open was,
En zij beiden zijn gezonken
En verdronken
In den diepen waterplas.
'l Kind beklaagt zich steeds te laat.
Dat der oud'ren raarl versmaadt.
Lieve jeugd! wil 'l nooit vergeten,
Dat zij 't best van allen welen,
Wat u nut is, wat u schaadt.