Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
Maar nn moei ik henen,
De lijil is verdwenen.
Daar roepl reeds mijn Moê
»Naar 'l bedje mij tue!
GEBOORTEGROET AAN MIJN ZUSJE.
O! wal is coRNELis blij!
Moeder hci-fl een zusje.
Bout! daar hebt j^e al vasl van mij
'l Allerccrsle kusje;
O, hoe ware ik in mijn schik.
Waart ge aircê zoo groot als ik !
Zijt ge nu nog wat Ie leêr.
Dra zal 'k met u spelen,
En mijn lekkers iedren keer
Vrolijk met u dcelcn,
Dan kus ik u, dag aan dag.
Zoo veel ik maar kussen mag.
Maar hoe schreit ge reeds zoo vroeg,
Pas op aard' verschenen,
Is 't u hier niel mooi genoeg,
Woudt ge ook graag weer henen?
Had ge ook liever 't liciit gezien
In een huis van rijke lièn?