Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hanr moeder intussclien doet ze allerlei leed,
Ea oin hare slouihcid vaak schrcijen.
Zc{j, vindt gij sopiiie niet verschrikkelijk wreed?
Moogl gij nu dat meisje wei lijcn?
PIETJE EN KEESJE.
pietje.
Aanstonds komt de luillebak
En slopt kees-maat in zijn zak!
keesje.
Ha! ha! ha ! ik lajj er om,
'k Ben niet meer zoo klein en dom.
Schaam u wat onnoozle piet.
Bullebakken ziju er niet.
HET BEHOEFTIGE KIND.
'k Ben niet gelijk
Aan 'I kind, dat rijk,
In overvloed kan leven;
Maar 'k weet Uel, onze Lieve-Hecr
Zal, iedcren dag op nieuw, wel weer
Hel noodije aan mij geven.