Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
ARBEIDZAAMHEID.
lïct werken is jjczond en frisch,
Wcerl de armoe van ons af.
Geeft huis en voedsel en klecdij;
Maar luiheid, zojjl de Bijhei mij,
Voerl lot den Ledclslaf.
'k Ben nu no» klein, en {ja ter school;
Maar word ik eenmaal groot.
Dan werk ik, wat ik werken kan.
En onze Lieve-Heer geeft dan
Ook zeker mij wel brood.
VADERS VERJAARDAG.
O, Vader is jarig, wat ben ik weer blij!
God W.OU hem nog sparen, voor Moe en voor mij;
God schenkt ons door Vader hel dagclijksch brood;
Wót slond ons tc Marhlen, was Vader eens dood.
En 'k heb hem zoo lief, o zoo innig en Icér,
Ach! wie gaf mij immer zoo'n Vader dan weer?
O, Vader is jarig, wat ben ik weer blij!
God wou hem nog sparen, voor Moe en voor mij;
O, Schepper daarboven! diu; alles ons geeft.