Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
stof, die met elkander een oplossing vormen, verandert onaf-
gebroken met de temperatuur. Onder de oplosbaarheid van
een stof' A in een oplosmiddel B, verstaat men de gev^'ichts-
lioeveellieid van A, die vereischt wordt, om 100 gew. dl. van
B te verzadigen. Men noemt dit den coëfficiënt van oplosbaarheid
der stof. De oplosbaarheid stijgt of daalt met de temperatuur,
naarmate het oplossen der vaste stof met opslorping of met
ontwikkeling vati warmte gepaard gaat. Graphische voorstelling
der oplosbaarheid ten opzichte der temperatuur.
Als de vaste stof ten deele opgelost ten deele vast in de
oplossing aanwezig is, kan men wat betreft de hoeveelheid
der opgeloste slof bepaalde grenzen niet overschrijden. In
enkele gevallen kan men met bepaalde voorzorgsmaatregelen
zoogenaamde oververzadigde oplossingen verkrijgen, o. a. met
natriumsulfaat en natriumhypochloriei en water. Dit is, strikt
genomen, de normale toestand. Werpt men in een overver-
zadigde oplossing een kristalletje der opgeloste stof, dan
kristalliseert een groot gedeelte van de laatste uit. Men heeft
dan een verzadigde oplossing. Daar bij dezelfde temperatuur
eet) vaste stof A zich kan oplossen in een oplosmiddel B en
zich uit B in vasten toestand kan afscheiden is de werking
omkeerbaar. Hieruit en uit het feit, dat oplossen of zich
afzetten bij de geringste verandering der omstandigheden plaats
vindt, vloeit voort, dat er bij aanwezigheid van B en van een
voldoende hoeveelheid van A een toestand van evenwicht, dat
is een verzadigde oplossing ontstaan moet. De geringste ver-
andering der temperatuur verbreekt het evenwicht en roept
een nieuw in het leven.
§ 3. Vloeistoffen en vloeistoffen. Sommige vloeistoffen, o. a.
olie en water kunnen door mengen geen gelijkslachtig mengsel
opleveren; anderen, o. a. water en ether, kunnen wel ver-
mengd worden, doch slechts in bepaalde gewichtsverhoudingen.
Bij de laatsteti treffen wij weder een bewegelijk evenwicht
aan, daar de werking omkeerbaar is en haar bedrag onaf-
gebroken met de omstandigheden verandert. Vele vloeistoffen,
O. a. alkohol en water, kunnen in elke gewichtsverhouding een
gelijkslachtig mengsel vormen.