Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
procent lood bevatte het monster? Als ^lo zwavel
van het sulphide niet geoxydeerd was, hoeveel zwavelzuur had
men dan op zijn minst nog moeten toevoegen?
No. 63. Men lost een gulden, wegende 10 gr., in salpeter-
zuur op, dampt uit en voegt water toe, totdat de vloeistof 1 L.
bedraagt. De munt bevat 945/1000 zilver.
200 cM^ van de oplossing slaat men neer met zoutzuur en
reduceert het zilverchloride met waterstof in toestand van
ontstaan. Hoeveel cM^ van het laatste heeft men minstens
noodig ?
200 cM^ van de oplossing slaat men met zoutzuur neer,
filtreert af en verhit het zilverchloride met natriumcarbonaat.
Hoeveel cM^ koolstofdioxyde ontwijken er? Ontstaan er nog
andere gassen, zoo ja, welke en hoeveel?
200 cM^ vloeistof dampt men tot droog uit en verhit de
rest voorzichtig, totdat al het kopernitraat ontleed is. Hoeveel
gr. gesmolten zilvernitraat verkrijgt men?
No. 64. Men weegt 5 gr. van een monster ijzeroer af en
behandelt het bij verhitting met sterk zwavelzuur. De oplossing
wordt met water verdund, afgefiltreerd en op Y2 'i^sr gebracht.
100 cM^ van deze oplossing vereischen 9.2 cM^ van een
oplossing van normaal kaliumpermanganaat, om volkomen
geoxydeerd te worden. Hoeveel procent ijzer bevatte het
monster? Welke scheikundige vergelijkingen drukken de
werkingen uit, die plaats vonden ?
No. 65. Men weegt 2 gr. van een monster ijzeroer af,
lost het in sterk zoutzuur op en zet bij verhitting onder toe-
voeging van eenig kaliumchloraat al het ijzer in ferrichloride
om. Men voegt nu 41,2 cM^ van een oplossing van stanno-
chloride bij de heete vloeistof en heeft dan 1,3 cM^ van een
jod-oplossing er bij te droppelen, om eenig vrij jodium in de
vloeistof te verkrijgen. Als men weet dat 23,2 cM^ der
oplossing van stannochloride noodig zijn om een ferri-oplossing
te reduceeren die 0,5 gr. ijzer bevat en 9,8 cM^ der jod-