Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
koolslof weegt 12, één atoom zuurstof 16; een mol. waterstof
weegt 2. Wat is de formule van koolstofdioxyde ?
IJzeroxyde bevat 70 proc. ijzer en 30 proc zuurstof. De
atoomgewichten van ijzer en zuurstof zijn resp. 56 en 10.
Wat is de eenvoudigste formule van ijzeroxyde? Zijn er meer
formules, die aan de gegevens voldoen? Wat zou er nog
gegeven moeten zijn, opdat slechts één formule voldeed ?'Kirt ^oiV-y
De formule van water is H2O, at. gew. waterstof =1, l
at. gew. zuurstof = 16. Gevraagd de procentische samen-
stelling van water. tPi/' " ,
No. 13. Welke waarden vindt men voor de hoeveelheden
waterstof, die in water, zwavelzuur, salpeterzuur en perchloor-
zuur met dezelfde hoeveelheid zuurstof verbonden zijn, als de
gewichtsverhoudingen der bestanddeelen in die verbindingen
resp. zijn waterstof : zuurstof =1:8; waterstof : zwavel : ï/^ . ,
zuurstof = 2 : 32 : 64; waterstof : stikstof : zuurstof =
1 : 14 : 48; waterstot : chloor : zuurstof = 1 : 35,5 : 64 ?
De gewichtsverhouding tusschen de bestanddeelen van zwavel-
waterstof is waterstof : zwavel = 1 : 16. Waterstot verbindt
zich met zuurstof in de gewichtsverhouding 1 : 8 tot water;
zwavel verbindt zich met zuurstof in de gewichtsverhouding
1 : 1 tot zwaveldioxyde. Hoe verhouden zich de hoeveelheden ^, ^
waterstof en zwavel in water en zwaveldioxyde met dezelfde
hoeveelheid zuurstof verbonden en welke betrekking bestaat er
tusschen dit getal en dat, hetwelk de gewichtsverhouding uitdrukt
tusschen zwavel en waterstof in zwavelwaterstof
Pas het tweede gedeelte van de wet der veelvoudige gewichts-
verhoudingen op meer voorbeelden toe; o. a. op ammonia,
stikstofoxydule en water.
No. 14. Er bestaan koolwaterstoffen, wier samenstelling
resp. wordt uitgedrukt door de formules CH^, 02^^65 CjHg,
C4H10, CjHij en C2H4, G3H6, C4H8, C5H10 en C2H2. Zijn de
getallen, die de hoeveelheden waterstof aangeven, welke in al
deze verbindingen met dezelfde gewichtshoeveelheid koolstof
verbonden zijn, door kleine geheele getallen uit te drukken?
Voer de berekening uit.