Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
van 150 tot 20® verhoogd wordt? De absorptie-coêfficient van
koolstofdioxyde voor water van 20" is 0,9014.
Men onderstelt, dat er geen oververzadigde oplossingen ontstaan.
§ 6—10. No. 9. Construeer bij benadering de lijn, die de
aangroeiing der oplosbaarheid met de temperatuur aangeeft
voor kaliumchloraat. Volgens GayLussac lossen 100 dl. water
bij 00, 150, 350, 50» en 1050 resp. 3,3, 6, 12, 19 en 60 dl.
van het zout op.
Wat beteekent het, als de lijn der oplosbaarheid resp. recht
en krom is en als zij in het laatste geval de holle en de bolle
zijde naar de X as keert? Wat beteekent een snijpunt van
twee zulke lijnen?
Welken vorm zou zulk een lijn aannemen voor een schei-
kundige verbinding b. v. voor water, als men op de X as resp.
de temperatuur en de drukking afzet en op de Y as de hoeveel-
heden van het ééne element, b. v. van zuurstof, die daarbij
met dezelfde hoeveelheid van het andere element, b. v. met
100 dl. waterstof, verbonden zijn?
No. 10. Als men verdund salpeterzuur resp. bij een druk-
king van 75, 760 en 1200 mM. afdistilleert, houdt men resp.
als standvastig kokende resten vloeistoffen met 66,7, 68 en
68,6 proc. salpeterzuur. Zijn die resten als mengsels of als
scheikundige verbindingen te beschouwen?
No. 11. De dichtheid van ammonia, zuurstof en van een
gas A ten opzichte van lucht is resp. 0,588, 1,106 en d.
Een molecule waterstof weegt 2. W^at zijn de moleculair
gewichten van ammonia, zuurstof en van de stof A?/7 , ^
De moleculen van zwavelwaterstof, van stikstof en van een
gas A, wegen resp. 34, 28 en m. 1 L. waterstof weegt
0,0896 gr. Hoeveel weegt 1 L. van elk dier gassen ? f ï J
No. 12. De gewichtsverhouding van de koolstof en de
zuurstof in koolstofdioxyde is 3 : 8. Een liter koolstofdioxyde
weegt 1,971 gr.; 1 L. waterstof weegt 0,0896 gr. Een atoom
3