Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
VRAAGSTUKKEN.
§1—§6.^) No. 1. De coëfficiënt van oplosijaarheid van
gips (CaSO^ SHjO) voor water is l)ij O", 86" en bij 220"
resp. 0,24, 0,24 en 0,02. Mulder vond voor dien coëfficiënt
bij kaliumchloraat ten opzichte van water bij O" 3,33 en Gay-
Lussac bij 104",8 60,24, terwijl volgens Poggiale 100 dl.
water bij O" 35,52 en bij 100" 39,61 dl. keukenzout oplossen.
Hoeveel van elk dezer zouten zal afgescheiden worden en
blijven, als ééne oplossing van gips tot 86", een andere tot
220" verhit, de oplossing van kaliumchloraat en die van keuken-
zout tot O" afgekoeld worden, als de gipsoplossingen bij 0", de
oplo.'-sing van kaliumchloraat bij 104",8 en die van keukenzout
bij 100" verzadigd zijn. Men onderstelt, dat er geen overver-
zadigde oplossingen ontstaan en dat elke oplossing 500 gi-,
water bevat.
No. 2. Men verzadigt 500 gr. water bij 33" met NajSO^
en brengt de ééne helft op 40", de andere op 20". In
beiden werpt men nu een kristalletje van Na2S04,10H20. Welk
zout zal zich in elk der gevallen afzetten en hoeveel Na2S04
blijft telkens in de oplossing? Coëff. van oplosbaarheid van
Na2S04 bij 40" 48,7; die van Na2S04.10H20 bij 20" (als
Na2S04 berekend) 19,4.
Verandert de oplosbaarheid van de zouten Na2S04 en
Na2SO|,.10H20 met de temperatuur in denzelfden zin? Hoe
1) Voor de atoomgewichten neme men de getallen uit de tabel o\>
bladz. 24, men gebruike echter niet meer dan één cijfer achter de
komma en verhooge dat met een eenheid, als het volgende er aan-
leiding toe geeft.
Opgaven van gasvolunien, in deze vraagstukken voorkomende, hebben
altijd betrekking op O" en 760 niM. drukking, tenzij het uitdrukkelijk
er bij vermeld is, dat deze grootheden een andere waarde hebben.
Er is met enkele vraagstukken, waar het op nauwkeurigheid aankomt,
op gerekend, dat het werken met groote getallen met behulp van
ogarithmen-tafels kan geschieden.
2) De paragrafen in de vraagstukken verwijzen naar den tekst.