Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
heeten ten opzichte van 1, en 5 ten opzichte van -4 anhydride-
zuren; 7 heet ten opzichte van 6 een anhydridebase en
hetzelfde zijn 9 en 10 ten opzichte van 8. Men kan zich
vooi-stellen, dat het ééne molecule ontstaat uit één of meer
anderen met afsplitsing van water en spreekt daarom ook wel
van poll/basen, polyzuren en polyzouten.
Zuren zijn verbindingen, die waterstof bevatten, welke zij voor
een metaal hunnen uitwisselen. Geschiedt de uitwisseling, dan ver-
andert het zuur in een zout. Zuren werken op tal van kleur-
stoffen ; zij maken o. a. blauwe lakmoes en de violette kleurstof
van roode kool rood. Basen geven, in aanraking met zuren,
onder afscheiding van water, zouten. Opgeloste basen werken
op kleurstoffen; roode lakmoes maken zij blauw en de kleurstof
der roode kool groen. De oplossingen van de sterke basen
kalium- en natriumhydroxyde noemt men kali- en natronloog.
Basische oxyden vindt men vooral onder de oxyden der metalen,
zure oxyden onder die der metalloïden.
Men kan een base beschouwen als een metaal of daarmede
gelijkstaand electro-positief radicaal met zooveel groepen OH
verbonden, als de valentie bedraagt (KOH, NH^OH Ca(0H)2,
A1(0H)3 enz.) Deze H atomen zijn verplaatsbaar door zuur-
radicalen.
De meeste zuren bestaan uit een radicaal verbonden met
zooveel groepen OH als de valentie van het eerste aangeeft
[NOjOH, S02(0H)2, P0(0H)3 enz.]. Men kan meer algemeen
zeggen, dat de meeste zuren samengesteld zijn uit een metalloïde
óf uit een daarmede gelijkstaand electro-negatief radicaal met
zooveel groepen OH, als de valentie van dat metalloïde of
van dat radicaal aangeeft. Neemt men de eerste bepaling,
dan moet men bijna alle zuren als anhydriden beschouwen
[HONO2 = N(0H)5 — 2 H2O; (H0)2S02 = S(0H)6 —2 H2O;
(H0)2C0 = C(0H)4 — HjO enz.] Enkele zuren bevatten
geen groepen OH. In het gezegde ligt tevens de bepaling
van het zuurradicaal opgesloten.
Enkele hydroxyden hebben onder alle bekende omstandigheden
het karakter van een base of van een zuur; anderen zijn zuren
of basen, naarmate zij met het eene of het andere hydroxyde