Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
•16
neutralisatie verplaatsbaar door een zuurradicaal. Past men het
beginsel der aequivalentie op de atomen toe, dan ontstaat het
begrip valentie. Onder de valentie van een atoom of atoom-
groep verstaat men het aantal atomen waterstof, waarmede het
atoom of de atoomgroep zich kan verhinden of die zij in de
verbindingen verplaatst. De valentie van een atoom is een
grootheid, die gevonden wordt, door het atoomgewicht van
een stof te deelen door het aequivalentgewicht er van.
Heeft een element meer dan één aequivalentgewicht, dan
heeft het ook meer dan één valentie. Het atoomgewicht van
ijzer is 56; het aequivalentgewicht is in de ferro-verbindingen 28,
in de ferri-verbindingen 18,66. In de eerste heeft het ijzeratoom
dus een valentie van ^ = 2, in de tweede van ^^ = 3.
lo 18,OU
Onder een normaal vloeistof verstaat men een vloeistof,
waarin per liter één gram-aequivalent werkzame stof aanwezig
is. Kaliloog, salpeterzuur en zwavelzuur moeten, om normaal
te zijn, per liter resp. KOH = 56 gr., HNO3 = 63 gr. en
H SO
^ —- = 49 gr. kaliumhydroxyde, salpeterzuur en zwavelzuur
bevatten. Een vloeistof, die oxydeerend werkt, is normaal,
als zij per liter 8 gr. zuurstof, 35,5 gr. chloor enz. voor de
oxydatie beschikbaar heeft. Een reduceerende normaal vloeistof
neemt per liter 8 gr. zuurstof, 35,5 gr. chloor enz. op. Een
cM^ normaal zuur vereischt 1 cM^ normaal loog ter neutralisatie;
in het algemeen correspondeert 1 cM^ van een normaal vloeistof
met 1 cM'^ van elk andere normaal vloeistof.
Normaal vloeistoffen kan men bij het maken van berekeningen
onmiddellijk in de vergelijkingen invoeren. Men vraagt bv.
hoeveel cM^ Yjq normaal keukenzout-oplossing men noodig
heeft, om een oplossing van zilvernitraat te ontleden, die 1,08
gr. zilver bevat. Men heeft dan:
AgNOa -I- Na Cl = NaNOj -I- Ag Cl
10,8 gr. -F 1 L. Vio = - + -
normaal
keukenzoutoplossing
10
1,08 gr. -f- 100 cM» = — + —