Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
gewicht van een element en van zijn soortelijhe warmte in vasten
toestand is een standvastig getal en wel 6,4. De wet kan in
dezen vorm niet volkomen juist zijn, omdat de soortelijke
warmte der stoffen verandert met de temperatuur en den
allotropischen toestand der eersten. In het algemeen begint
de wet eerst geldigheid te verkrijgen voor elementen, wier
atoomgewicht meer dan 35 bedraagt. De soortelijke warmte
van tin is 0,0548. Wij vinden dus voor het atoomgewicht
6 4
Öl)^^ = 116,8. Eerstgenoemde methode geeft de waarde 118.
Er is nog een derde wet, die der isomorphie., welke ons
in vele gevallen is staat stelt, een waarde voor een bepaald
atoomgewicht te vinden. Deze wet luidt: Scheikundige ver-
Vindingen., die in hetzelfde kristalstelsel kristalliseeren., waarvan
willekeurige hoeveelheden elkander in de kristallen kunnen ver-
vangen en wier eigenschappen in het kristal additief zijn., zijn
isomorph ( Mïschkrystaïle ).
I)e moleculen van isoraorphe stoffen bevatten hetzelfde aantal
atomen. Kent men nu de samenstelling en de moleculair-
gewichten van twee stoffen A en B en de formule van A,
dan kan die van B er veelal uit afgeleid worden en dan
heeft men de gegevens om het gewicht van een atoom in
B te bepalen. Zoo zijn bv. kaliumsulfaat en kaliumchromaat
isomorph. Neemt men nu voor de eerste de formule KjSO^
als de ware aan, dan zijn er redenen, om voor die van de
laatste KjCrO^ te schrijven. Aangezien er op de hoeveel-
heid van het chromaat, door de formule uitgedrukt, 55 dl.
chroom aanwezig zijn, zou dus 55 voor het atoomgewicht van
het chroom aangenomen moeten worden.
Deze wet wordt echter wegens haar onzekerheid alleen dan
toegepast, als de eerstgenoemde niet gebruikt kan worden.
Dezelfde scheikundige verbinding kan onder verschillende om-
standigheden in verschillende kristalstelsels kristalliseeren. Men
heeft dimorphie., polym,orphie enz. Dikwijls is een der kristal-
vormen moeilijk of in het geheel niet te verkrijgen.
De sulfaten en seleniaten van magnesium, zink en nikkel gaan
zonder verandering van het walergehalte bij verhooging van tem-