Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Auteur: Bijl, P.; Andriessen, P.J.
Uitgave: Amsterdam: J.D. Sybrandi, 1865
4e dr. nagezien en verm.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2709
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202642
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
AANTOONENDE WIJS. AANVOEGENDE WIJS.
Tegemv, tijd.
Ik schaam mij, Dat ik mg schame,
gij schaamt u» ir gij u schämet,
hij schaamt zich, v hg zich schäm«,
wij schamen ons, rr wij ons schamen^,
gij schaamt u, n gij u schämet,
zij schamen zich. v zij zich schamen*
Onvolm. verl. tijd.
Ik schaamde mij. Dat ik mij schaamde,
gij «chaamdet u, „ gij u schaamdet,
hq schaamde zich, u hij zich schaamde,
wij schaamden on»^ v wij ons schaamden,
gij schaamdet u, f^ gij u schaamdet,
ZQ schaamden zich. r zij zich schaamden.
Volm. verl, tijd, ^
Ik heb mij geschaamd. Dat ik mij geschaamd hebbe.
Meer dan volm, verl, tijd.
Ik had mij geschaamd. Dat ik mij geschaamd hadde.
Eerste toekom, tijd.
Ik zal mij schamen. Dat ik mij zoude schamen.
Tweede toekom, tijd.
Ik zal mij geschaamd hebben. Dat ik mij zoude geschftamd hebben.
GEBIEDENDE WIJS.
Enkelv, schaam u. Meerv, schaamt u.
Het onpersoonlijk werkwoord regenen,
ONBEPAALDE WIJS.
Tegenw, tijd, regenen.
Verl. tijd, geregend hebben.
Toekom, tijd, te zullen regenen.
DEELWOORDEN.
Tegenw, deetw, regenende.
Verl. deetw, geregend.
AANTOONENDE WIJS. AANVOEGENDE WIJS.
Tegenw, tijd.
Het rrgent. Dat het re^ene.