Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Auteur: Bijl, P.; Andriessen, P.J.
Uitgave: Amsterdam: J.D. Sybrandi, 1865
4e dr. nagezien en verm.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2709
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202642
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
Het hulpwerkwoord Worden.
ONBEPAALDE WIJS.
Tegeni'mrdige tijd, worden.
Verledene tijd, geworden zijn.
Toekomende tijd, te zullen worden.
DEELWOORDEN.
Tegenwoordig deelw. wordende.
Verleden deelw, geworden.
AANTOONENDE WIJS. AANVOEGENDE WIJS.
Tcgenw, tijd.
Ik wonl, wij worden. Dat ik worde. Dat wij worden,
gij wordt, gij wordt, m gij wordet, u gij wordet.
hij wordt, zij worden. n hij worde, u zij worden.
Onvolm, verL tyd.
Ik werd, wij werden. Dat ik wierde. Dat wij wierden,
gij werdt, gij werdt, it gij wierdet, tf gij wierdet,
hij werd, zij werden. ;/ hg wierde, n zij wierden.
Volvi, verL tijd.
Ik ben geworden, enz. Dat ik geworden zij, enz.
Meer dan volm, verl, tijd.
Ik was geworden, enz. Dat ik geworden ware, enz*
Eerste toeïiom. tijd.
Ik zal worden, enz. Dat ik zoude worden, enz.
Tweede toekom, tijd.
Ik zal geworden zijn, enz. Dat ik zoude geworden zijn, enz.
GEBIEDENDE WIJS.
Enkelvoud: Word. Meervoud : Wordt,
LES 20.
VERVOLG OER VQORGAANDK.
Het gelijkvloeijend werkwoord Leeren eu het ongeiijkvloeijend
B 1 i| V e n.
ONBEPAALDE WIJS,
Tegenw, tijd, leeren, — blijven,
VerL tijdy geleerd hebben, — gebleven ziju.
Toek, tijd, te zullen leeren, — blijven.